Achter geelbruine muren, voorbij houten deuren met gouden knoppen op een hoogte die zelfs voor Nederlandse lengtes buiten bereik is. Bovenaan marmeren treden die een spiraal vormen rond de krakende lift. Beschermd door een slanke deur die mijn Nederlandse breedte lijkt te bekritiseren. Langs een kantoortje en een keuken die vol staan met ditjes en datjes, leidt een deur naar een balkon op eenhoog. Ten midden van een uit de hand gelopen plantenhobby, heb ik mijn plek gevonden. De Romeinse zon kan mij hier niet raken. Dat is misschien maar goed, het kostte mijn huid slechts 24 uur om de eerste tekenen van verbranding te vertonen.  

Op 6 april 2018 landde ik met twee overvolle (1,6 kg te zwaar) koffers op Ciampino. Het was een redelijk harde landing. Dat schijnt een teken van daadkracht, zo vertelde een piloot. Daarmee was het een passend proloog voor mijn tijd een Rome. Ook de instapprocedure maakte daar deel van uit. Met een riet hoedje op mijn hurken, verplaatste ik kledingstukken van incheck- naar handbagage. Mijn relatie met de weegschaal is nooit opmerkelijk warm geweest, maar ik ben er nooit eerder van afhankelijk geweest. Waar ik ook ga, de chaos en de daadkracht gaan met me mee.   

Nu zit ik hier. Vanuit mijn ooghoek zie ik dansende kledingstukken. De buurvrouw is begonnen met het binnenhalen van de was. Trekt aan de lijn die met katrollen aan twee muren is bevestigd. Ik gebruik mijn avond om wat woorden op papier te zetten. Misschien laat ik het bij deze introductie. In Nederland zit men inmiddels aan het dessert. Mijn ambitie is om mee te draaien met het ritme van de Italiaan. Wellicht kan ik het mezelf vergeven als ik op mijn tweede dag een middenweg zoek. De gedachte aan Buffalo mozzarella plaagt me sinds ik met een emmer (ja, de emmer) de supermarkt uit liep.  

Wil je op de hoogte blijven? > Volg mijn blog op de website